You are here

Water zuiveren met plastic afval: dubbelslag voor masterproef

Met zijn masterproef heeft burgerlijk ingenieur Jan Fockedey de Vlaamse Scriptieprijs en de Agoriaprijs gewonnen. Zijn idee was dan ook erg opvallend: plastic afval verwerken tot membranen voor waterzuivering.

Door Peter Van Dyck

burgerlijk-ingenieur-onlyengineerjobs

Jan Fockedey stond op de shortlists van de Vlaamse Scriptieprijs, de Agoria-prijs én de Eos-prijs. Een primeur. "Ik denk dat mijn thesis ook mensen aanspreekt die niet technisch opgeleid zijn”, zegt hij. “Verhalen over watertekort horen we allemaal in het nieuws. En dat veel plastic afval niet gerecycleerd wordt en dus in het milieu terechtkomt, is een al even prangend probleem.”

Hij kwam op het idee om twee vliegen in één klap te slaan: “Van plastic afval kan je membranen maken die geschikt zijn om bacteriën, virussen en parasieten uit afvalwater te filteren. Het idee biedt ook perspectieven voor de industrie. Bedrijven moeten gestimuleerd worden om hun afvalwater zelf te zuiveren en opnieuw te gebruiken. Liefst met membraantechnologie, want die verbruikt minder chemicaliën en energie dan de conventionele waterzuivering. Maar de kostprijs ervan ligt momenteel nog hoog. En dat is net de troef van gerecycleerd plastic: als je dat gebruikt in plaats van zuiver plastic, zoals nu nog het geval is, bespaar je minstens 30 procent.”

Fockedey werkte het idee uit met enkele collega’s, onder wie ook studenten toegepaste economische wetenschappen. Voor zijn eerste ontwerpen gebruikte hij plastic uit huishoudelijk afval. Maar bij nader inzien bleek productieafval van fabrieken – zoals potjes die wegens productiefouten zijn afgekeurd – beter geschikt: “Het probleem is vooral dat de samenstelling van huishoudelijk afval te veel varieert. Daardoor is het niet consistent genoeg om kwaliteitsvolle membranen te garanderen”, legt hij uit.

“Voor industrieel gebruik mag er absoluut geen kwaliteitsverlies zijn. Productieafval lijkt de makkelijkste oplossing, temeer omdat het daar om grote volumes gaat. Toch zie ik ook in huishoudelijk afval nog mogelijkheden, op voorwaarde dat het nauwgezet gesorteerd wordt. Piepschuim bijvoorbeeld is in veel huishoudens te vinden, quasi gratis en ook relatief consistent. Dat zou dus mogelijk ook kunnen dienen als grondstof voor membranen.”

Vriesvak

De onderscheiding doet Fockedey veel deugd. “Binnen het academische milieu had ik al erkenning gekregen, maar de appreciatie daarbuiten is ook belangrijk, aangezien de toepassing ook in die buitenwereld zal moeten gebeuren. Bedrijven zullen niet spontaan scripties beginnen te lezen, dus alle aandacht is mooi meegenomen.”

Eerder wonnen Fockedey en zijn medestudenten al de ondernemingswedstrijd Battle of Talents. Ze hadden toen het plan om een eigen bedrijf uit de grond te stampen, Greenwater, maar dat idee zit nu even in het vriesvak. “Oorspronkelijk wilden we een spin-off beginnen, het businessplan was al klaar. Uiteindelijk heb ik er toch voor gekozen om niet meteen na mijn studie al aan zo’n avontuur te beginnen. Als ingenieur weet ik voorlopig te weinig over sales en marketing, en die expertise is net cruciaal als je van je technologie een succes wil maken. Je ziet startups vaak falen, niet omdat hun technologie niet goed genoeg zou zijn, maar omdat ze er niet in slagen om die te commercialiseren. Daarom heb ik ervoor geopteerd om eerst als consultant aan de slag te gaan bij de Boston Consulting Group, een wereldwijde adviseur in bedrijfsstrategie. Daar kan ik veel bijleren.”

Fockedey blijft realistisch. “Voor de industrie is mijn idee theoretisch interessant omdat het goedkoper en duurzamer is dan de huidige technologie, maar het is afwachten of er ook echt bedrijven bij me zullen komen aankloppen. In de gesprekken die ik met ondernemers heb in mijn huidige job, komt mijn scriptie af en toe wel even ter sprake, bijvoorbeeld omdat ze er op Facebook iets over hebben gelezen. De reacties zijn dan vaak erg positief. Dus wie weet ...”

Bron: http://www.kuleuven.be